Focal Points

Her living room: girl stuff, clothing on chairs, seven shoes scattered around the floor.
We sit on her sofa in front of the fireplace. My knee wiggles and my cheeks glow.
Must be the fire.
“Why do flames always make us stare at them?” Her voice is soft.
I shrug.
“It’s your focus.”
“Focus. Latin word for fireplace. Your focus. Word play.”
She giggles, bows her head slightly and looks at me, gently caressing her neck.
“Why don’t you focus on me, Oscar?”
“One of your shoes is missing.” My mouth is dry.
She ignores my hollow attempt to escape. Her fingers slide to her chest. Elegantly, she opens her dressing gown. With her right hand she cups her breast. I swallow.
“Relax. I know you hate it when things get unpredictable. Just watch,” she says.
She spreads her legs and slowly slides her left hand into her panties.
“Do you want to see me?”
I shouldn’t do this.
Her breathing grows heavy as she caresses herself.
“Do you want to see how wet I am?” The movements of her hidden fingers intensify.
I should leave.
“Show me.”
Her fingers moist, she tugs her panties aside.
“Come closer, join me.”
Her scent intoxicates me and she’s battering my last defense. I move towards her. Clumsily, I undo my pants and take my hard cock into my hand.
“Oh yes,” she moans and slowly slides two fingers into her wetness.
We masturbate, lust dictating the rhythm. With every stroke and every breath, my diffidence crumbles.
Then she stops, takes my hand and brings it between her legs.
“Your turn. Finger-fuck me. Make me come.”
I do as I am told. She curls her slender hand around my cock. We stroke, we watch. It doesn’t take long, it’s too much. She shivers, arches her back, closes her eyes and screams. I feel her juice flowing along my fingers.
“Come over me,” she hisses.
My sensory overload finds an escape in powerful, uncontrolled pulses of cum that land on the soft skin of her thighs, her belly, her cunt.

The fire is out, the ash still glowing. As we silently catch our breath I set a new personal best in eye contact. She smiles.
“What a mess you made. Find my shoe, and I’ll let you lick me clean.”

(Smut Marathon 2020, 5th round)

The closing dance

The elderly couple I had seen before entered the hotel late in the evening. The lady wore her silver grey hair elegantly put up, his was covered by a panama hat. My guess was they’d been dancing in the Roseland, one block down. I greeted them as they walked towards the stairs, then refocused on my concierge work.

Ten minutes later, there were strange noises from down the corridor and I left my post to check. I was dumbfounded for a moment, not at all prepared to see the couple like this. She was lying on her stomach on the wide arm of a sofa, her legs spread and her dress rolled up to her waist. He stood behind her, holding her firmly at the hips, and took her. I watched, but not because I am a voyeur. It was grace that transfixed me. They fucked as if the world around them didn’t exist. He clenched her hair firmly and pulled her head slightly backwards, raw and tender at the same time. She followed his lead, surrendering in encouraging groans. It was a timeless tango of inextricably connected souls. I coughed discreetly and returned to the reception.

Half an hour later, the gentleman came up to my desk and handed me an envelope.
“This is for you. May I ask you not to open it before tomorrow? Good night.”

The next day, the cleaning lady found them, lifeless on their bed. The pills on the table testified to a voluntary death. My envelope contained a hundred-dollar bill and a note.

You inadvertently witnessed our passion, thank you for your discretion. My wife was terminally ill. We have always been together, in death too I will accompany her. Fifty years ago, we first made love in the exact same spot in this hotel. Now we’ve come full circle, and our dance ends.

“They lay in each other’s arms,” the cleaning lady said.

(Smut Marathon 2020, 4th round)

Balcony scene

Cracks in the walls of Taranto’s old tenements slither upwards like snakes, escaping the cries of mourning and the smell of death in the narrow alleys below.

At night, from our opposing balconies, Giulia and I watch the men in suits. They always look the same, but the person on the stretcher is different every time. Today it is the locksmith from number nine. Like so many before, he will probably die – and die alone.

This is hardly the time for torrid affairs; I know that, and so does Giulia. But demise just can’t eradicate desire. Surrounded by sorrow and separated by force, our fingers ache from not being able to touch.

Giulia sits down on the floor of her balcony, her back to the wall, motionless for a second. Then, she kicks off her shoes and undoes the knot in her hair. Her words are unspoken, but I can hear them.

Watch me.

Her slender fingers indicate a smooth path, slowly upwards along her calves. She pulls up her skirt, spreads her legs, then touches the inside of her thighs, gently, controlling her impatience and increasing mine. It is the promise of pleasure postponed. Her body shivers slightly as her fingers find the centre of her ardour.

Touch me. Join me.

The movements of my hand mirror hers. This is the closest we can be. With the gods off duty, Giulia and I  have no choice but to worship life itself.

(Smut Marathon 2020, 3rd round)




De ochtendzon schijnt over het laagland van Aragón en verwarmt de oude rode aarde. Spoedig zal de warmte hitte worden en die zal ondraaglijk zijn. De oude stad ligt vóór ons als een karkas van een wild dier, in de woestijn bezweken en door de gieren kaalgevreten. De huizen zijn geen huizen meer, maar willekeurige stenen puinhopen van enkele meters hoog. De naakte restanten van gewelfbogen die twee gerafelde muren verbinden verraden dat daar het middenschip van de kerk moet hebben gestaan. Waar het puin het laagst is, leidden ooit de straten van het provinciestadje de inwoners naar kerk, kroeg, familie en geliefden. De zinderende stilte ligt over Belchite als een lijkwade over een terechtgestelde: onthoofd, gevild, onschuldig.

“Nu weet je waar het allemaal is gebeurd”, zegt María zacht.

Lees verder


De cursus was nog geen half uur bezig of ik had al spijt van mijn impulsieve inschrijving. Daar zat ik, in Rome, veroordeeld tot een week met amateurkunstenaars van divers pluimage en opgezadeld met docente Tiny van Houten-Crutz, van wie ik na tien minuten introductie al wist dat ze niet goed snik was.

Lees verder



Een nieuwe nacht, dezelfde droom. Ik sta in een verlaten akker. De lucht is grijs, er is alleen maar stilte. Geen wind, geen vogel, niks. Toch is er iets gebeurd; dat voel ik. De eenzaamheid verlamt me. Waarom is er niemand die me zegt waar ik ben? Waarom vertelt niemand me waar ik naar toe moet? Twee stippen aan de horizon worden langzaam naderende mensen. Een kleine, gedrongen vrouw met een hoofddoek. Een ongeschoren man in vuile kleding, die zijn pet afneemt. Ze dragen plastic tassen die ze me aanreiken en spreken woorden die ik niet versta.
“Nee,” roep ik, “nee, alstublieft. Ik hoef ze niet!”
Uit de tassen druppelt dik rood vocht dat wegzakt in de droge, dorstige grond.

Lees verder

Onder de vulkaan


Voor de Prikkelzinnen van 26 januari 2019 – “Talk dirty to me, baby!”


Mijn rondleidingen waren ongeschikt voor mensen met een zwak hart of een orthodoxe moraal. De confronterende kant van het oude Pompeï was mijn domein. Ook nu was er slechts een handjevol toeristen dat zich had laten verleiden tot een tour die ik de naam ‘Graffity under the vulcano’ had gegeven. Aanwezig: een beleefd Zwitsers echtpaar op leeftijd, een gezette Duitser met een t-shirt van Rammstein, twee giechelende Koreaanse meiden met vlechtjes en een ruitjesrok, en een aantrekkelijke Nederlandse vrouw wier hakken me te hoog leken voor de kasseien van de zo tragisch verwoeste stad. En natuurlijk een Amerikaans stel, van middelbare leeftijd op spierwitte tienersneakers. Zij hielden het vol tot aan het tweede voorbeeld. Dat was  een hartekreet van tweeduizend jaar oud, gekrast in de steen van het peristylium van het ‘Huis van de Zilveren Bruiloft’:


Lees verder

De Klok

« C’est le temps que tu as perdu pour ta rose qui fait ta rose si importante. »


Ik had niets om me schuldig over te voelen, en toch schrok ik van de telefoon. Er was nooit iemand die me belde, behalve mijn moeder. Maar die belde altijd ’s avonds, niet aan het eind van de ochtend.
“Bart, met Isa.”
“Hallo Isa.” Mijn schrik maakte plaats voor zenuwachtige verrassing.
“Jij bent toch goed met techniek? Ik heb je nodig. Dringend.”
Lees verder

The Clock

Oops. This story violates the Wicked Wednesday rules because it is (way) too long. But gentle host Marie kindly gave me permission to link anyway. Fortunately, length is relative (as is time)…


« C’est le temps que tu as perdu pour ta rose qui fait ta rose si importante. »

There was nothing to feel guilty about, yet the sound of my telephone unsettled me. Nobody ever called me, except for my mother. But she used to ring me in the evening, not around noon.

“Bart, this is Isa.”
“Hello Isa.” My apprehension turned into nervous surprise.
“You’re tech-savvy, aren’t you? I need you. Urgently.” Lees verder


Marnix Pessen, schrijver en dichter, leefde in de eerste helft van de vorige eeuw. Ofschoon hij niet voorkomt in de canon van de literatuur verwierf hij in zijn tijd enige bekendheid, al was het maar omdat hij vaak publiceerde in zijn streekdialect dat ook het mijne is. Het zuiden van Europa had een sterke aantrekkingskracht op hem en één van zijn boeken deed verslag van een reis door Spanje en Portugal. Ik vond het boek in een antiquariaat en toen ik het las raakte ik gefascineerd door de emoties waartussen Pessen heen en weer werd geslingerd en hoe hij zich daarin staande hield. Nergens maakte hij een geheim van zijn afschuw van de bewoners van het Iberisch schiereiland (‘dieven en klaplopers’), om vervolgens lyrisch te vertellen over de onwerkelijke schoonheid van het Alhambra en het Alcazábar. Terwijl ik zijn bloemrijke woorden in me opnam realiseerde ik me ook hoezeer de landen die hij had bezocht in de tijdspanne van een eeuw waren veranderd: van achterlijk en straatarm boerenland, praktisch van de wereld afgesneden door de Pyreneeën en de zee, naar moderne staten, waar Europees geld de karrensporen had vervangen door gloednieuwe snelwegen.

Lees verder