“Vergeef me, ik heb gezondigd.”

Ik ken alleen je engelzachte stem en je duivelse ontboezemingen. Ik ben jong genoeg om de verlokkingen die je me toevertrouwt te begrijpen, ik ontbeer de wijsheid om er weerstand aan te bieden.

“Ik weet dat je geweten je plaagt. Maar als je eerlijk bent, niets achterhoudt en berouw toont zal God je opnieuw in zijn armen sluiten. Vertel me je zonden.”
“Ik heb lustvolle gedachtes. Lust omgeeft me. Voortdurend.”
“Voortdurend?”
“Ja, voortdurend. Ook nu.”

Mijn hart klopt in mijn keel. Slechts een houten wand en een gordijntje scheiden ons. Dat, en mijn geweten. Toen je enkele weken geleden voor het eerst in mijn biechtstoel kwam, dacht ik dat jij degene was die op de proef werd gesteld, dat je mijn absolutie nodig had om met jezelf in het reine te komen. Inmiddels weet ik beter. Jouw hunkering is de mijne geworden, het is mijn beproeving. Waarom doe je dit? Waarom geef je me vleugels als je weet dat ik niet mag vliegen? Ik zou je moeten verbannen van deze heilige plek, ik zou dit gesprek moeten afkappen, nu.

“Vertel me meer.”
“Ik fantaseer, Artho. Je vindt het toch niet erg als ik je Artho noem? Ik weet dat je zo heet. Ik fantaseer over jou. Ik fantaseer over het lichaam onder je soutane. Ik kom naar de mis om je te zien, ik kom om naar je te luisteren. Maar het is alsof je mijn lijf binnendringt en ik niet anders kan dan gehoorzamen aan de beelden in mijn hoofd.”
“Ook nu?”
Het gordijn gaat een klein stukje opzij. De slanke vingers van je hand reiken me een stukje stof aan.
“Ja, ook nu.”

Je trekt je hand terug. Je vochtige geur, in kant gevangen, dringt door in het binnenste van mijn geplaagde ziel. Dit moet stoppen.

“Vertel me meer.”
Ik hoor hoe je ademhaling versnelt en je stem trilt.
“Alles is al gezegd, Artho. Mijn beelden zijn ook de jouwe, dat weet ik. Jij fantaseert ook over mij. Geef eraan toe. Stop met vragen, luister naar de schoonheid van mijn lust. Begeleid me.”
“Maar ik…”
“Ssst!”

Weerloos gehoorzaam ik en ontbloot ik mijn harde geslacht. De rusteloze ademhaling van ons verlangen doorsnijdt de koude stilte van eeuwen. Ik sluit mijn ogen en zie de beelden die bij het vochtige geluid horen: wijdbeens doop je je vingers in je eigen vocht en verlos je jezelf. Ik vergezel je, zoals je me hebt opgedragen. Schitterender heb ik zonde nooit gezien.
Samen spoelen we aan in een branding van lust. Als de golf zich terugtrekt blijf ik alleen achter, een schipbreukeling, het warme schuim van mijn schuld gevangen in jouw kant.

(Inzending voor ronde 6 van de EWA Schrijfmarathon)
Advertenties