Ik kijk opzij naar de zachte golvingen van je lijf. Je ligt roerloos. De ondergaande zon die door de open balkondeuren van de hotelsuite naar binnen valt kleurt de huid van je rug en accentueert de donshaartjes in je nek. Je voeten heb je begraven in de kreukelige lakens, alsof je wortel wil schieten in dit zachte bed. Maar voor jou is het te vroeg om te aarden. Je hebt nog dingen te doen, er wordt nog iets van je verwacht. Je bent jong en mooi, je houdt van muziek die ik niet ken. Je had mijn dochter kunnen zijn. Ik ben je dankbaar, omdat je me mijn schuld laat afkopen. Ik ben gek op je, omdat je zo goed kunt verbergen dat je niet echt van me houdt. Je bent wat ik verdien.

Ik stap uit ons bed en steek een sigaret op. Ik kijk uit over de zee en denk aan mijn vader. Toen hij weduwnaar werd was hij drie jaar ouder dan ik nu ben. Zo goed en zo kwaad als het kon droeg hij zijn verdriet met zich mee. Hoe hij het kon verzachten wist hij niet, hoe ik hem kon helpen had hij me nooit geleerd. Zo lag de dood van mijn moeder als een gapend gat tussen ons in en waren mijn vader en ik door leegte verbonden. Acht jaar lang zwegen we, tot ook hij overleed. Ik heb daarna geprobeerd mijn leven op te pakken en er het beste van te maken, maar wat hij me naliet was een geketend hart. Ik was succesvol in mijn zaken, maar de belangrijkste dingen in het leven zijn altijd een te grote verantwoordelijkheid voor me geweest. Herken je dat? Natuurlijk, je maakt me immers iedere dag mee.

Niet dat je er iets aan kan of moet doen, lief. Het is goed zo. Misschien komt het voor jou nog, dat moment waarop je je de omvang en de onvermijdelijkheid van de kloof realiseert. Wanneer je op een dag, net als ik lang geleden, met een schok moet erkennen dat je op je ouders bent gaan lijken, ook al had je je nog zo voorgenomen beter te worden dan zij. Niet lang daarna zul je je realiseren dat ze er met al hun goede bedoelingen vooral in geslaagd zijn hun eigen angsten op jou af te wentelen. Ze hebben hun strijd en hun demonen de jouwe gemaakt, en laten je achter met roestig gereedschap. Hier, sleutel het zelf maar in elkaar; het leven als een IKEA-kast zonder handleiding. Maar, lief, zo moet het zijn. Het startschot voor volwassenheid ligt ook in kwaadheid en teleurstelling. Ik zal mijn best doen die voor jou niet groter te maken, dat garandeer ik je. Meer dan dat durf ik je niet te beloven, ook die verantwoordelijkheid is me te groot.

Ik neem plaats in de fauteuil naast het bed en kijk naar je. Langzaam verlaat de slaap je gebruinde lijf. Je draait, je woelt, en het ontroert me als je ergens in de schemer tussen droom en werkelijkheid je arm opzij beweegt, op zoek naar mijn lichaam dat er niet is. Je opent je ogen en kijkt me aan. Dan glimlach je en strek je je hand naar me uit. Jij vraagt niet naar mijn verleden, ik bemoei me niet met jouw toekomst. Dat is de afspraak, en wat resteert is de lichtheid van het heden.

“Kom bij me.”
Ik ga naast je liggen. Ik ken je huid, ik ken het antwoord van je lichaam op de strelende vraag van mijn vingers. Je komt overeind en knielt schrijlings over mijn borst. Je kijkt me aan.
“Je ziet er moe uit, oude man.”
Je bent de enige van wie ik die aanspreektitel glimlachend verdraag.
“Weet je wat jij nodig hebt? Levensnectar. En laat ik die nou net in overvloed hebben.”
Je verplaatst je omhoog en knielt boven mijn hoofd. Je blijft me aankijken als je je schaamlippen spreidt en jezelf langzaam begint te strelen. Ik pak je strakke billen beet en trek je naar mijn mond. Ik weet dat je het heerlijk vindt om zo gelikt te worden. Je armen zoeken steun tegen de muur achter mijn hoofd en je lichaam beweegt in een steeds woester ritme mee met mijn tong. Als je schokkend klaarkomt en me laat drinken van je jeugd voel ik hoe de last van jaren van me afglijdt. Het is maar voor even, dat weet ik, maar naar eeuwigheid zoek ik niet meer.

Weet je, lief? De generatie vóór je begrijp je pas als je je realiseert dat je, net als zij, vergeefs hebt geprobeerd je dromen te realiseren. Dat geeft niet, het is  ons lot. En mijn vader? Uiteindelijk was ik dol op hem, omdat hij zo slecht kon verbergen dat hij echt van me hield.

(Inzending voor ronde 8 van de EWA Schrijfmarathon 2017)
Advertenties