Een half jaar later, toen hij in het zand knielde met een roos in zijn ene en een pistool in zijn andere hand, herinnerde Nick Adrastos zich de eerste keer dat hij de zee had gezien. Nu lag ze als een donkere spiegel uitgestrekt voor hem. Hij huiverde. Er was storm op komst.

Het enige dat Stavros’ gewelddadigheid kon intomen was zijn bijgeloof. Hij was meedogenloos in het beschermen van zijn familiebelangen tegen vijandelijke clans, tegelijkertijd ontbood hij wekelijks de oude waarzegster om haar te vragen of de tekenen gunstig waren om een duistere deal te sluiten, of om een vijand om te leggen. Dit was de Mani, waar tradities wetten zijn en familieclans al eeuwen een strijd uitvechten waarvan niemand zich de aanleiding meer kan herinneren.
“Ik droom steeds hetzelfde,” zei Stavros. “Over Elektra. Hoe ze doodgaat.”
De oude vrouw in zwart keek hem een moment zwijgend aan.
“We gaan allemaal dood, Stavros, ook jouw dochter.”
“Ik zie haar jonge gezicht in bloed, vrouw. Het is een premature dood.”
“Jij piekert teveel, Stavros. Je bent een machtig man, maar de draad van het leven is al voor ons gespind, daar veranderen jij en ik niets aan. Pas goed op haar, dat is alles wat je kunt doen. En nog iets.”
“Wat?”
“De vreemdeling die zal komen. Ontvang hem volgens de wetten van de gastvrijheid.”

En dus deed Stavros twee dingen. Hij legde zijn net volwassen dochter preventief huisarrest op. En hij ontving Nick Adrastos in zijn huis, een jongeman uit een bevriende familie in het bergachtige noorden, die getekend was door bloedschuld en voor zijn eigen veiligheid in ballingschap was gegaan. De zee had hij nog nooit gezien. Stavros reinigde hem volgens de oude rituelen van de katharsis en gaf hem onderdak. Vervolgens maakte hij van de nood een deugd en stelde Nick aan als de lijfwacht van zijn dochter.
“Pas goed op haar, hoor je? Ik hou je persoonlijk verantwoordelijk voor haar veiligheid.”
“U heeft me ontvangen en gereinigd. Daarvoor sta ik in uw schuld. Ik zal een muur om uw dochter zijn.”

Maar tegen de storm in de harten van jonge mensen is ook een muur niet opgewassen. Elektra hield ervan naar Nick te kijken als hij tijdens hun wandelingen over de zee uitkeek. De golven die op de rotsen beukten leken de jongen uit de bergen angst in te boezemen. Dan nam ze hem bij de arm, leidde hem giechelend naar de kleine baai aan de voet van de kliffen en danste met hem in het zand. Want dansen kon ze; iedereen in de streek kende de zwierige lichtvoetigheid van Stavros’ enige kind. Ze leerde Nick de vereiste passen, en kirde als hij haar uiteindelijk met zijn sterke armen lachend naar de hemel optilde.
“Genoeg nu, Elektra, je mat me af!” zei de jongen uit de bergen lachend.
“We beginnen net, Nikolaos!” antwoordde het meisje van de zee.
Hun lichamen draaiden rondes in de zon, en spoedig draaiden hun harten mee, in een draaikolk van verlangen die eindigde in de beschutting van een grot aan de baai.

Het gaat vanzelf, alsof de dans voortduurt. Zij streelt zijn ontblote bovenlichaam en voelt de spanning van zijn spieren. Zijn hardheid tussen haar dijen, zijn hunkerende ogen als hij aarzelend haar lichaam verkent, zijn ingehouden ongeduld. Ze moedigt hem aan. Niet voorzichtig met me zijn. Proef me. Lik me. Drink me. Neem me!  En hij gehoorzaamt. Hij scheurt de kleren van haar gebruinde lijf, spreidt haar benen en proeft haar, likt haar, neemt haar. Rots en water worden ze, branding en strand. Ze zijn anders, maar tot elkaar veroordeeld door een mild tribunaal van de Goden. Hun uitputting is zoet. Jij kunt best dansen, Nikolaos. Jij leidt me, Elektra.

Het idee stond Stavros niet aan. Zijn dochter op de dansvloer bij het jaarlijkse oogstfeest?
“Papa, dit is het enige moment in het jaar dat de clans hun vetes even vergeten. Ik weet van je dromen en ik weet waarom je me angstvallig weghoudt van het leven, maar wees eerlijk, wat kan er gebeuren op een dansvloer? Ik smeek je, laat me dansen!”
Ook harde mannen uit de Mani kunnen hun geliefde dochters weinig ontzeggen en zo werd Elektra het stralende middelpunt van het feest. Er was wijn en lam van het spit, de mensen lachten, klapten, aten en zopen. Behalve Nick. Die vergat zijn opdracht niet en hield zijn geliefde en haar danspartners nauwgezet in de gaten. Toen het feestgedruis op zijn hoogtepunt was stapte Elektra op hem toe en pakte zonder aarzeling zijn hand.
“Nu jij, Nikolaos. Doe wat ik je heb geleerd. Dans met me!”
Hij voelde haar tengere lichaam tegen het zijne en ze zwierden over de houten vloer alsof ze nooit anders hadden gedaan, het meisje van de zee en de jongen uit de bergen. Een moment dacht Nick terug aan zijn jeugd. Hoe zijn vader hem met zijn ogen dicht rondjes had laten draaien tot het tolde in zijn hoofd, net als nu.
“Dat zal je helpen in de bergen je evenwicht te bewaren,” had zijn vader gezegd. Nu wist Nick dat het hem ook had geleerd te kunnen zwemmen in een kolkende zee van liefde.

Het eind van de dans. Een laatste draai. Hij omvat haar middel en tilt haar naar de sterrenhemel. Er is applaus. Dan maakt de doffe knal van een geweerschot een abrupt eind aan haar stralende lach. De kogel van zijn vijand uit het noorden was voor Nick bedoeld, maar heeft Elektra getroffen. Terwijl ze verslapt in zijn armen zoeken haar ogen vertwijfeld nog een laatste keer de zijne.

Hij knielt aan haar graf aan zee. Tevergeefs heeft hij geprobeerd het lot te ontvluchten. Nick Adrastos legt de roos op de stenen, pakt zijn pistool en plaatst de loop in zijn mond. Nog één keer kijkt hij met ontzag naar de woeste zee en denkt aan Elektra. Hij geeft de naderende storm haar naam en neemt dan met een kleine beweging van zijn vinger afscheid van zijn schuld.

***

Naschrift: 
Als jong pikkie op het gym leerde ik Herodotus kennen, en zijn verhaal over Adrastos, zoon van Gordias, uit het boek Cleo van de Historiën, heeft een diepe indruk bij me achtergelaten. Alhoewel ik me heel veel vrijheden heb veroorloofd in mijn interpretatie, is het verhaal wel door de vader van de geschiedschrijving geïnspireerd en is het een ode aan verhalen – sommige blijven je altijd bij.

Advertenties