Het is het lot van een natuurkundige: de obsessie met het onlosmakelijke verband tussen oorzaak en gevolg. Met de hypnotiserende cadans van de trein als tikkende klok overdacht ik de reis die achter me lag. Het verdriet waarmee ik mijn trip  was begonnen was weliswaar verdwenen, maar ik zocht nog steeds naar causaliteit, naar de variabelen die ervoor hadden gezorgd dat zij uit mijn leven was weggerukt. Ik zocht naar een Wet van Wrok, naar een Schuldformule. Over haar ga ik nu niets meer vertellen. Ze was er niet meer en zou ook nooit meer terugkeren. Ik had wolken gekust en was met een smak op aarde teruggegooid.

Ik keek uit het raam van mijn coupé. Die middag waren we vertrokken uit Istanbul, waar ik een aantal maanden eerder berooid was aangekomen na een reis van een jaar door het Verre Oosten. Ik had er een baantje gevonden als privéleraar van een jong meisje met een talent voor exacte vakken. Haar vader gaf me een prima honorarium en als bonus boekte hij een ticket op de Oriënt Express voor mijn terugreis.

Tijdens mijn jaar in Azië had ik me verplaatst in derdeklas-coupés en aftandse bussen, met opdringerige medepassagiers en de stank van hun meereizende veestapel. Nu was er de gedistingeerde afstandelijkheid van vermogende reizigers en de geur van Chanel. Ik voelde me weemoedig. Overvloedige luxe vult nu eenmaal nooit de leegte in een hart.

Toen het te donker was geworden om nog iets van het landschap te kunnen zien stond ik op, controleerde het koperen slot van mijn coupé en maakte me op voor de nacht. Het zal een paar uur later zijn geweest dat ik wakker werd van een gedempte schreeuw. Ik luisterde roerloos. Er was een kreet, en nog een, en even later nog een. Ik stond op het punt poolshoogte te nemen, toen het kwartje viel. Ik glimlachte in het donker. Dit waren geen noodkreten; dit was extase. In het compartiment naast het mijne werd de liefde bedreven en mijn buurvrouw – want het was onmiskenbaar een vrouw – deed dat met overgave. Terwijl ik geamuseerd bleef luisteren moest ik denken aan Agatha Christie’s roman, waarin Poirot’s slaap op de Oriënt Express wordt verstoord door de doodskreet van Samuel Ratchett.
Uiteindelijk werd het stil. Het enige dat ik nog hoorde was hoe een deur zich opende en sloot, en hoe voetstappen in het gangpad oplosten in de nachtelijke stilte.

Er was inderdaad geen moord gepleegd, want toen ik in de ochtend mijn coupé verliet op weg naar het ontbijt stapte ook mijn buurvrouw de gang in. Ik keek net iets te lang naar haar, een stijlvolle brunette met opgestoken haar. We knikten elkaar beleefd toe, liepen naar de saloncoupé en zochten onze plaatsen. Ze ging aan de tafel tegenover de mijne zitten. Tot mijn verbazing schoof er niemand bij haar aan. Reisde ze alleen? Terwijl ik ontbeet gleed ik als vanzelf in de rol van detective, nam mijn medepassagiers in me op en zocht aanwijzingen. Wie was er die nacht bij haar geweest?
Verderop zat een ouder echtpaar, onmiskenbaar Brits.
Uitgesloten.
Iets verderop een man van middelbare leeftijd, goedgekleed en in gedachten verzonken boven een notitieblok, met de droevige ernst van een schrijver.
Mogelijk.
Dan nog een blonde jonge vrouw alleen aan een tafeltje, met een opvallende tatoeage van het Horusoog – de Wedjat – aan de binnenkant van haar onderarm.
Lag niet voor de hand.
Achteraan, twee jonge mannen met baard en dure horloges die met ernstige blik over zaken praatten. Eén van hen? Een trio?
Het zou kunnen.
Het personeel was er natuurlijk ook nog. Ik keek naar de knappe ober die mijn buurvrouw koffie inschonk en merkte toen pas dat ze naar me keek. Ze nam haar kopje, stond op en liep in mijn richting.
“Heeft u bezwaar als ik aanschuif?” vroeg ze. Haar zangerige accent verraadde een Franse afkomst.
Ik maakte een uitnodigend handgebaar. Ze nam plaats aan mijn tafel.
“U bent een observator. U kijkt en neemt iedereen in zich op. Ik vraag me af waarom,” zei ze met een speelse glimlach. Ik besloot mee te spelen.
“Kunt u een geheim bewaren?” vroeg ik retorisch. “Ik ben een detective en probeer te achterhalen wie het gedaan heeft.”
Mon Dieu!” giechelde ze. Wie wat gedaan heeft? Er is toch niets ernstigs gebeurd?”
“Tot dusver slechts vreemde geluiden in de nacht,” antwoordde ik.
“Zozo. Ik hoop dat ik geen verdachte ben! Ik ben Julie, overigens.”
“Geen verdachte, maar wellicht het slachtoffer. Oscar, aangenaam.”
Ik zag aan de glans in haar ogen dat ze precies wist waarover ik het had.
“Als je die geluiden vreemd vindt heb ik een beetje medelijden met je, Oscar.”
“Tja. Het was een lange en eenzame reis.”
“Vertel.”
Ik liet mijn detectivewerk voor wat het was en vertelde over het afgelopen jaar. Hoe ik had geprobeerd de demonen in mijn hoofd te doden. Hoe ik was verzand in het zoeken naar oorzaken. Julie luisterde aandachtig. Het luchtte me op dat ik mijn gedachten kon delen met deze charmante en mooie vrouw. Julie op haar beurt liet over haar leven niet veel los. Ze was in goeden doen, dat was me snel duidelijk.
“Het protocol in Parijs is verschrikkelijk,” zei ze. “Af en toe spuug ik het gif van de stad uit en vlucht ik, zoals nu.”
Toen we van tafel opstonden gaf ze me een zoen op mijn wang.
“Ik zou het leuk vinden ons gesprek bij het diner voort te zetten. En natuurlijk breng je dan verslag uit van je onderzoek, monsieur l’inspecteur,” voegde ze er met een glimlach aan toe.

Ik staarde de rest van de dag naar letters in een boek en de regen buiten. Regelmatig dwaalden mijn gedachten af naar de mooie Julie.
Ik had voor het avondeten mijn best gedaan iets toonbaars uit mijn versleten rugzak naar boven te halen, maar het stak schril af bij de elegantie van mijn tafeldame. Het eten was verfijnd, ons gesprek geanimeerd en door de wijn onverhuld flirterig.
“En, ben je al wat gevorderd in je recherchewerk naar die schandelijke misdaad?” vroeg ze.
Ik zag hoe Julie’s vingers het zachte blanke landschap tussen haar decolleté en haar hals beroerden.
“Zoals het hoort zoek ik naar motief en gelegenheid,” antwoordde ik. “Dat is nog niet zo gemakkelijk in deze zaak.”
“Dat valt me een beetje van je tegen. Ik zal je een beetje helpen.”
Ze pakte mijn hand en vormde die met haar slanke vingers tot een vuist. Ze doopte haar vinger in een restje olijfolie dat op haar bord was achtergebleven.
“Aanwijzing één: de dader is hier, in de trein.”
Zachtjes smeerde ze de olijfolie met de top van haar vinger uit over de bovenkant van mijn gebalde vuist en keek me strak aan.
“Aanwijzing twee: de gelegenheid is er ook nog, in de vorm van mijn coupé.”
Op het moment dat ze die woorden uitsprak liet ze haar vinger, glad van de olie, langzaam in mijn vuist glijden.
“Ten derde: het motief gaat nooit weg. Dat motief heet lust.”
We zwegen en keken elkaar aan. Ik had het warm. De reiskilometers hadden mijn herinneringen aan lichamelijk contact vervaagd; door haar aanraking en haar woorden kwamen ze nu met een schok weer tot leven. Ik kneep mijn vuist dicht en omklemde haar geoliede vinger.
“Ik fris me even op,” zei ze toen. “Kom over een half uurtje naar mijn coupé. We zullen je mysterie samen oplossen.”

Op het afgesproken tijdstip klopte ik op haar deur. Ze deed open, oogverblindend mooi. Ze droeg een zwart satijnen negligé met een witte kanten zoom en haar lokken golfden om haar fijne gezicht.
“Oh sorry”, stamelde ik. “Je bent nog niet zover.”
Ze pakte mijn hand en trok me zachtjes naar binnen.
“Jawel hoor, Oscar. Ga zitten. Champagne?”
Toen ik de coupé binnenstapte kwam de volgende verrassing. Op een van de banken zat de blonde  vrouw met de tatouage van het Horusoog op haar arm. Ze nipte van haar champagne en keek me verleidelijk aan.
“Oscar, dit is Daphne. We zijn al jaren goede vriendinnen, maar – hoe zal ik dat zeggen? – de sociale conventies verhinderen dat we elkaar vaak zien. Een korte jaarlijkse vakantie is de enige voeding die we aan onze vriendschap kunnen geven.“
Terwijl Julie zich naast haar vlijde gaf ik Daphne een hand, ging tegenover hen zitten en kreeg een glas aangereikt.
“Oscar is natuurkundige, reiziger en detective en hij heeft zich de hele dag het hoofd gebroken over wat er zich in deze coupé afgelopen nacht heeft afgespeeld, ma cherie. Zullen we het hem laten zien?”
Ik verslikte me toen Daphne als antwoord haar handen op Julie’s knieën plaatste en haar benen met een korte, felle ruk opende.
“Je bent toch een observator? Kijk dan maar,” zei Julie met hese stem.
Terwijl hun tongen elkaar vonden in een vochtige dans zag ik hoe Daphne’s vingers hun weg zochten, langs Julie’s dijen omhoog, naar de plek die zich voor mijn ogen opende en glinsterde van verlangen.
Daphne maakte zich nu los van de bank en knielde tussen Julie’s benen, met haar billen in mijn richting. Een zucht ontsnapte aan Julie’s vochtige mond toen Daphne haar begon te likken. Julie’s ogen lieten de mijne niet los.
Ik verloor mijn schroom, tilde Daphne’s rokje op en stroopte haar zwart-kanten slipje omlaag, tot net boven haar gebogen knieën. De geluiden en de geur van de twee vrouwen maakten iets in me wakker wat ik lang niet had gevoeld.
Terwijl ik Julie liet zien hoe ik masturbeerde, ging het duet van twee vrouwen verder. Hun schaakspel was teder en ruw tegelijk. Voor ik het wist proefden ze elkaar en herinnerden me aan de Franse origine van soixante-neuf.
Daphne strekte haar hand naar me uit.
“Kom bij ons, Oscar.”
Natuurlijk was ik opgewonden, maar ik voelde ook ontroering dat deze twee vrouwen me zonder aarzeling of ratio onderdeel maakten van hun warme cirkel. Ik ontdeed me van mijn laatste kleding en knielde schrijlings boven Daphne’s hoofd. Julie spreidde haar benen verder, klaar om me te ontvangen. Daphne omvatte mijn pik en stuurde die doelbewust langs Julie’s clitoris en haar schaamlippen, als een kunstenaar die schildert in natte verf, en leidde me zo naar Julie’s glinsterende hart. Ze verplaatste haar handen en duwde tegen mijn billen. Ze sprak de woorden niet en toch hoorde ik ze: neuk haar, neuk haar nu!
Ik greep Julie’s heupen stevig beet en stootte mijn onderlichaam hard naar voren. Ze ontving me met een schreeuw van genot, een schreeuw die ik herkende. Dit keer was ik de dader en ik was blij dat ik schuldig was. Terwijl ik voelde hoe Daphne’s vingers ruw langs Julie’s clitoris op en neer bewogen, neukte ik Julie.
De ultieme opwinding is niet het lichaam van een vrouw, maar de blik in haar ogen wanneer ze haar ziel aan lust overgeeft. Toen ze zich omdraaide, haar mond open en haar ogen verwijd, liet ik me gaan. Met haar bruine haar in mijn vuist trok ik haar naar me toe en met een schreeuw kwam ik in haar klaar. Daphne leidde me uit haar en laafde zich aan het ziltzoete mengsel van ons vocht tussen Julie’s dijen.

Enkele uren later werd ik wakker met de zijdezachte huid van twee slapende vrouwen tegen mijn lichaam. Ik maakte me voorzichtig los uit onze omstrengeling, schoot wat kleding aan en verliet stilletjes de coupé. In het gangpad opende ik een raampje en snoof de kille lucht van de ochtendschemer op. Meer dan ooit realiseerde ik me dat ik mijn hele leven naar voorspelbare zekerheden had gezocht terwijl schoonheid juist ligt in het omarmen van het toeval. Ik was klaar met mijn recherche naar de cynische scriptschrijvers van mijn lot. Weemoed is het lijk van een gestorven droom, had Daphne gefluisterd toen we gedrieën samenlagen en ze een traan van mijn wang had gekust. Een Schuldformule zou ik nooit vinden, en ik besloot dat het verleden er niet meer toe deed. Ik was op weg naar huis.

(Inzending voor de finale van de EWA Schrijfmarathon 2017). Winnaar!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA