6367372497_00ba08f39c

In het westen draait de aarde de zon haar andere kant toe. Ik schrijf het bewust zo. Niet: in het westen gaat de zon onder. De zon gaat helemaal niet onder, de aarde draait zich van haar weg. Ik hecht aan dat soort nuances, alhoewel ik ze meestal niet uitspreek.
“Om me voor te bereiden op een toernooi.”
Ze vroeg waarom ik hier was.
De laatste schaduwen van de dag zijn lang, het geluid van de krekels zwelt aan, de hitte is zwoele warmte geworden. Ze maakt me onrustig.
“Een toernooi? Ben je een sportman?”
Tja. Sommigen noemen het een sport, anderen vinden het een spelletje. Ik heb dat label nooit belangrijk gevonden. Een atleet ben ik niet, maar ik train wel. Zoals daarnet, toen ik een oude partij van Lasker tegen Steinitz analyseerde. Bij zet 32 schoof ze ongevraagd aan mijn tafeltje aan. Ik hou er niet van om onderbroken te worden.
“Zoiets. Ik schaak.”
Kortafheid, is dat een woord? In ieder geval heeft het geen effect. Ze glimlacht en nestelt zich brutaal in de terrasstoel tegenover me, haar blote schouders boven een handdoek die zo bont is dat hij tegen me lijkt te schreeuwen.
“Wat leuk. Zoiets vermoedde ik. Ik lig hier al dagen aan het zwembad en probeer met je te flirten. Maar je kijkt niet op of om.”
Normaal gesproken zit ik tegenover mensen die in gedachten verzonken zijn, die nadenken over een ingewikkelde stelling en me hoogstens met hun trommelende vingers op het tafelblad of het schuiven van hun stoel uit mijn concentratie proberen te halen; niet met woorden. Flirten? Ze moet nu echt weg.
“Als u het niet erg vindt, mevrouw, ga ik nu weer verder.”
Er verschijnt een brede glimlach op haar roodgestifte mond. Even denk ik dat mijn woorden effect hebben, maar ze staat alleen maar op om haar handdoek over de rugleuning van de stoel te hangen. Terloops trekt ze met twee vingertoppen onder het stof haar bikinibroekje recht. Daarna gaat ze opnieuw zitten en sluit haar lippen om het groene rietje in haar cocktailglas. Een druppel vocht zoekt langzaam zijn weg van haar natte bruine lokken naar haar hals, dan naar haar borsten. Daar lost hij op in het stof van haar rode bikinitop.
“Wat keurig van je, om me mevrouw te noemen.”
“Ik ken u niet, en …”
Ze onderbreekt me.
“Je kent me niet en je ouders hebben je geleerd beleefd te zijn tegen onbekenden. Dat is goed. Toch zou ik willen dat we later vandaag geen vreemden meer zijn en je me anders noemt.”
Niet goed, niet goed, waarschuwt de sirene in mijn hoofd. Ik weet niet wat me onrustiger maakt, haar directheid of de gladde, gebruinde huid van haar slanke armen. Ze ziet mijn vertwijfelde blik.
“Laat me raden,” zegt ze. “Je bent waarschijnlijk een erg goede schaker. Anders zou je niet in dit resort zitten om je voor te bereiden. Je bent vast heel intelligent en gewend om te winnen. Maar je hebt moeite met grillige tegenstanders. Hun onvoorspelbaarheid brengt je uit balans.”

Flashback. Tata Steel toernooi 2015. Viktor Kowalski. Hongaar, ELO-rating 2600. De opening verloopt volgens het boekje en precies zoals verwacht. Maar zijn pionoffer op zet 18 is zo merkwaardig en ogenschijnlijk zo onlogisch dat ik compleet van slag raak. Ik heb geen antwoord en verlies de partij kansloos – met wit nog wel. Viktor Kowalski, en zijn duivelse lachje.

“Mijn ouders hebben me ook geleerd om niet te liegen. Wat u zegt klopt.”
Ze leunt achterover in haar stoel.
“Nou dan. Ik weet dat je de zenuwen van me krijgt. Waarom maak je mij geen onderdeel van je voorbereiding? Zie het als een training om met onvoorspelbaarheid om te gaan.”
Met haar hand brengt ze een losse lok haar achter haar oor. Ze kijkt me onverstoorbaar aan. Oogcontact vind ik moeilijk, dus zoek ik een alternatief voor haar groene ogen en kijk te lang naar haar borsten.
“Masturbeer je veel?”
De sirene in mijn hoofd ontploft. Het antwoord op haar vraag verschijnt als zwijgend karmozijn op mijn wangen. Ik wil dat ze ophoudt, ik wil dat ze weggaat en dat ga ik haar nu ondubbelzinnig vertellen.
“Eh…dat…”
“Ik wel. Het is de zon, de warmte, de ontspanning, de fantasie. Het windt me op. Ik kan er geen weerstand aan bieden en doe daar ook geen moeite voor. Heb jij dat niet?”
Ik trek mijn been in een reflex terug als ik merk hoe ze onder de tafel met haar voet mijn kuit streelt. In mijn hoofd is er kortsluiting.
“Dat kan niet anders,” vervolgt ze. “Je bent een jonge vent in de kracht van zijn leven, en je bent hier alleen. Ik vraag me af waar je aan denkt als je met jezelf speelt.”

Fantasie. Olga Brazova, Oekraïense, ELO-rating 2300. Olga Brazova, wijdbeens knielend, haar gezicht naar de muur en haar handen vastgebonden aan de spijlen van het bed. Olga Brazova, naakt, op haar hold-ups en  hoge zwarte hakken na. Olga Brazova, die omkijkt en haar ogen laat vragen: ga je me zo nemen? Van achteren? Wil je me zo neuken? Toe maar, neuk me, ik ben van jou. Olga Brazova, later, uitgeteld, haar billen rood van mijn klappen, druipend van mijn zaad en haar vocht.

“Het is slecht voor mijn focus,” stamel ik. Ik schuifel op mijn stoel. Mijn mond is droog en ik vecht een kansloze strijd tegen een erectie. Ze giechelt.
“Godallemachtig. Zo meteen ga je me nog vertellen dat je er blind van wordt. Je schaamt je er toch niet voor? We doen het allemaal. Wil je niet weten waar ik daarnet aan dacht?”
“Daarnet?”
“Ja, daarnet. Het moest even. Het was alsof de zon zelf me streelde. Ik ging het zwembad in, een ijdele hoop op afkoeling. Mijn borsten drukte ik tegen de badrand en ik liet mijn hand in mijn bikinibroekje glijden. Ik had geen keus. Ik streelde mezelf terwijl ik naar je keek. Helemaal onder water, en toch voelde ik mijn eigen vocht. Ik zag je, peinzend boven je boek en beeldde me in dat het jouw vingers waren.”
Ze verplaatst haar been, strekt het uit zodat haar voet mijn kruis raakt. Dit keer verzet ik me tegen een terugtrekkende reflex. Ze krult haar tenen tegen het stof. Haar ogen verwijden zich, haar lach wordt breed, en toch heb ik het gevoel dat ze nauwelijks verrast is. Ze voelt mijn harde lid.
Now we’re talking,” zegt ze zacht.
Mijn hoofd bonkt, ik zoek naar woorden om haar te stoppen. Ik vind met opzet de verkeerde en voor ik het weet zijn ze eruit.
“Kwam je klaar?”
Ik gloei. Zij straalt en drukt haar voet nog wat steviger in mijn kruis.
Klaarkomen! Zozo, wat een dirty talk!” zegt ze op een quasi-cynisch toontje. Ze bijt haar onderlip en kijkt me een moment zwijgend aan. Dan serieus.
“Nee, ik kwam niet klaar. Ik was er dichtbij. Maar ik spaar het op. Dus je kunt wel nagaan hoe ik me nu voel, met een mooie jongen tegenover me die hard van me wordt.”
Opnieuw krult ze haar tenen tegen mijn geslacht.
“Ik ben heel erg geil nu. Hoe heet je eigenlijk?”
“Alexander,” zeg ik bedremmeld terwijl ik onrustig om me heen kijk. Er is niemand meer op het terras.
“Ik ben Maya. Luister Alexander. Kom met me mee. Omarm de onvoorspelbaarheid. Ik zal je niet aanraken, ik weet dat je dat ongemakkelijk vindt. Je hoeft alleen maar te kijken. Ik weet dat jij dat ook wil.”

Haar kamer: meisjesdingen, rommel. Kleren op de grond, crèmes op kastjes, een föhn op het bed. Schoenen verspreid over de vloer, zeven. Een oneven aantal.
Ze gooit wat spullen aan de kant zodat er plek is op haar bank. Maak het je gemakkelijk. We zitten tegenover elkaar. Ze buigt haar hoofd naar beneden terwijl ze me aan blijft kijken en haar hals streelt.
“Je bent een schoen kwijt,” zeg ik. Het is een halfslachtige poging te ontsnappen aan datgene wat ik wil.
Ze zegt niets en laat haar vingertoppen afdalen. Met zachte hand dwingt ze de bikinibandjes van haar schouders en trekt de cups van haar topje naar beneden. Terwijl ze haar tepel met de duim en wijsvinger van een hand omklemt spreidt ze haar benen en laat haar andere hand in haar bikinibroekje glijden. Haar ademhaling is zwaar en onregelmatig als ze zichzelf streelt.
“Vertel me wat je wil,” zegt ze zuchtend. “Wil je me zien? Wil je mijn kutje zien? Wil je zien hoe nat ik ben?”
De pulserende bewegingen van haar verborgen hand worden intenser. Ik probeer te denken aan de mogelijke plek van de achtste schoen. Tevergeefs.
“Ja, laat me kijken.”
Ze haalt haar hand tevoorschijn en met glinsterende vingers trekt ze haar bikinibroekje aan het kruis opzij.
“Vind je het mooi? Kom dichterbij. Doe met me mee.”
Terwijl mijn adem stokt schuif ik dichter naar haar toe. Ze is nat en haar geur bedwelmt me. Maya beukt op mijn laatste verdediging. Ze spreidt haar schaamlippen. Onhandig en ongeduldig open ik mijn broek en omvat met mijn rechterhand mijn stijve lid. Maya kijkt, ademloos, en laat twee vingers langzaam in zich glijden. Schaak.
De schroom van jaren brokkelt met iedere beweging van mijn hand een stukje verder af.
Soms snel, dan weer traag: het is alsof ik mijn hand niet zelf beweeg. Dat doet zij. Met haar ogen, met haar naakte lichaam, met haar opwinding, met de cadans van haar vingers.
Plots houdt ze halt. Ze neemt zachtjes mijn hand en brengt die tussen haar benen.
“Nu, jij bij mij,” zegt ze hees. “Maak me klaar. Neuk me met je vingers.”
Er gaat een siddering door haar lijf als ik doe wat ze vraagt en in haar glijd.
Ze krult haar slanke hand om mijn pik en trekt me af, in hetzelfde ritme waarmee ik in haar beweeg. Het duurt niet lang, daarvoor is het te veel, voor ons allebei. Ze gooit haar hoofd in een schreeuw achterover en holt haar rug, haar borsten met de kleine, harde tepels naar voren. Ik voel haar warme vocht langs mijn vingers stromen en geef me over.
Nog een keer trekt ze mijn voorhuid ver naar achteren en richt mijn pik dan op haar kruis.
“Spuit tegen mijn kutje!”
Mijn zintuigen zijn overbelast, zoeken een uitweg, vinden die in krachtige, ongecontroleerde golven die aanspoelen op een onbekende kust: haar dijen, haar schaamlippen, haar buik. Schaakmat.

Buiten schreeuwen krekels, binnen zwijgen Maya en ik. Langzaam komen we op adem terwijl we elkaar aankijken. Ik verbreek mijn persoonlijk record oogcontact en glimlach.
“Als je mijn schoen vindt mag je me schoonlikken,” zegt ze samenzweerderig.

***

Linares International Chess Tournament, een maand later. Tegenstander: Viktor Kowalski, met wit en een duivels lachje. De opening verloopt zoals voorspeld. Als Kowalski nadenkt bij zet dertien, raak ik vluchtig de bovenkant van zijn hand aan.
“Masturbeer je veel, Viktor?”
Hij trekt geschrokken zijn hand terug maar het leed is al geschied. Vanaf dat moment is hij kansloos. Onvoorspelbaarheid moet je leren omarmen.


PP