wat vooraf ging (deel 1)
wat vooraf ging (deel 2)

Ergens, verscholen onder het wasgoed, klinkt een mobiele telefoon. Julien probeert de stotende bewegingen van zijn onderlijf voort te zetten terwijl hij gelijktijdig met zijn rechterhand haastig een paar handdoeken aan de kant gooit, graaiend naar zijn iPhone. Maar de verslapping van zijn aandacht wordt opgemerkt.
Ga door, putain! Niet stoppen, klootzak!”
De ringtone is de melodie van André Hazes’ Kleine jongen. Het is een aandenken aan Leiden, waar Julien een jaar archeologie heeft gestudeerd en zich meteen in ’s lands cultuur – lees: het kroegleven – heeft verdiept. De liedjes van de volkszanger hebben hem geholpen het Nederlands onder de knie te krijgen.
“Laat die telefoon godverdomme en neuk me!”
Mara heeft gelijk. En Hazes ook. Julien kijkt omlaag en spreekt in gedachten zijn harde lid toe, dat halverwege wordt omsloten door een zachte zee van vochtig roze.

Kleine jongen
Je bent op deze wereld, dus zal je moeten vechten, net als ik.

Hij grijpt Mara in haar knieholtes, spreidt haar benen verder en vecht. De telefoon zwijgt. Mara schreeuwt.
Baisse-moi Julien! Ja, zo! Ga door!”

Met archeologie is geen boterham te verdienen maar de tertiaire voorwaarden van een bijbaantje in het hotel bevallen Julien. Hij neukt Mara het liefst in de linnenkamer. Zij, het kamermeisje, heeft de sleutel. Maar Julien’s voorkeur voor het kleine hok op de eerste verdieping is naast praktisch ook esthetisch. Mara’s egale, karamelkleurige huid bevalt hem het best in contrast met het ruwe wit van de badhanddoeken en hotellakens. Ze is een schoonheid uit Guadeloupe, met koolzwarte ogen en vuurrode lippen. Zacht en zoet als brioche, maar dan wel uit de finale van Heel de Hel bakt.

“Is dit alles wat je hebt? Maak het af, Julien. Neem wat van jou is. Daar was je toch op uit? Je geile meisje stiekem neuken tot ze gillend klaarkomt? Nou, waar wacht je op? Doe met me wat je wil. Neuk me en laat me komen, klootzak!”

Hazes klinkt opnieuw. De archeoloog in Julien neemt het van de minnaar over. Hij graaft zijn weg naar de bron van het geluid.
Allo? Ja, ik ben het, Julien. Ja…ja… oké. Ik ga onmiddellijk.”
Julien schiet haastig zijn kleren aan en fatsoeneert zijn haar.
“Wat ga jij doen?” vraagt Mara verontwaardigd.
“Er is iets op kamer 469, die Hollanders. Ik moet gaan kijken van de concierge.”
“En ik dan? Laat je me hier zo achter? Je bent een lul!”
“Ik ben de enige lul in het hotel die Nederlands spreekt.”

Als Julien de deur van de linnenkamer achter zich sluit hoort hij hoe een glas uiteenspat tegen het hout aan de andere kant.
“Zak in de stront, Julien!”


EE-button

Het vervolg, geschreven door Liza Daen, lees je hier: Mon Dieu!

Advertenties