(klik hier om het vorige deel te lezen)

Abisko, juni 2017

De kiezels van de parkeerplaats maakten hetzelfde geluid onder de banden van Axel Berglund’s auto als dertig jaar geleden. Maar al snel zag hij dat voor de rest weinig hetzelfde was gebleven aan de plek waar hij Saga destijds met de schoten van een jachtgeweer had ontmoet. Tegen beter weten in parkeerde Axel zijn huurauto en liep naar het gebouw.  

De herberg was in staat van verval. Dikke plakken mos bedekten het dak en de veranda. De ramen en de deur waren met duimdikke planken van vurenhout dichtgetimmerd, volgeklad met graffiti en schunnige teksten. Van de eens vrolijk knipperende neonreclame staken alleen de electriciteitsdraden nog uit de muur, als giftige slangetjes die bezoekers op een afstand moesten houden. Axel liep om het verlaten gebouw heen. Op de kleine speelplaats, waar ooit kinderen van gasten hadden gespeeld, lag het stoeltje van de schommel op de grond, de kettingen er nog aan. Axel huiverde. Aan de achterzijde van de herberg keek hij even omhoog naar het raam van de kamer waar hij destijds had gelogeerd en met Saga een nacht had doorgebracht. Ook dat was dichtgetimmerd. Hij stapte over een stapel bakstenen, het restant van de schoorsteen die van het dak naar beneden was gevallen. Toen hij op het punt stond zijn omgang rond de herberg te voltooien hield hij even halt en snoof hij met gesloten ogen de koude lucht diep zijn longen in.

Op dat moment wist hij dat er iets niet klopte.

Wat hij rook was de geur van naaldbomen, natte aarde en kiezels, maar diep verscholen in dat palet van aroma’s herkende hij iets anders, iets minder alledaags en niet door de natuur gemaakt. Hij keek naar beneden en zag een kelderluik. Axel knielde op de vochtige grond en hield zijn neus bij een van de kieren. Zijn hart klopte in zijn keel. Het was de geur die hij al dertig jaar bij zich droeg. Het was Saga’s parfum.

Opgewonden klauwde hij zijn vingers om zware het luik en tot zijn verbazing kreeg hij het in beweging. Toen de opening groot genoeg was wurmde Axel zich door het gat naar binnen, benen eerst. Hij strekte zijn armen in de lucht om zich smal te maken, en merkte toen dat zijn voeten geen steun vonden. Met veel geraas gleed hij naar beneden en kwam hard op een betonnen vloer terecht. De adrenaline die door zijn lichaam raasde verdoofde de pijn van de landing. Even moest hij wennen aan het schemerduister van de kelder. Toen zag hij haar.

“Welkom terug, Axel Berglund. Ik verwachtte je al.”

Ze zat een paar meter verderop aan een tafeltje en droeg een ijsmuts, waar donkere lokken onderuit golfden. Haar gezicht werd verlicht door het scherm van een laptop en even dacht Axel dat hij een geest zag. Hij kwam moeizaam op zijn benen. Op de tafel, net voor de vrouw, lag een pistool onder handbereik. Het was klaar voor gebruik, de haan gespannen.
“Saga…?” stamelde Axel.

Maar toen zag hij dat het niet waar was. Ze was te jong. De vrouw stond op, ontspande het pistool en stopte het met een geroutineerde beweging achter haar broekriem. Ze kwam een paar passen dichterbij.
“Nee, niet Saga,” zei ze zacht.
De vrouw bekeek Axel van top tot teen, liep toen door en sloot het kelderluik van binnenuit.
“Wie ben je? Wat doe je hier? Heb jij die anonieme mail gestuurd?” vroeg Axel angstig en opgewonden.
“Niet zo ongeduldig. De antwoorden komen. Ga zitten, Axel.”
De journalist deed wat hem gezegd werd. Het wapen was weliswaar uit de buurt, maar de dreiging nog niet verdwenen. Ook zij nam plaats en een minuut zaten ze zwijgend tegenover elkaar. Haar blik was emotieloos, maar Axel herkende nieuwsgierigheid en intelligentie in haar donkere ogen. Hij had haar nooit gezien, dat wist hij zeker. Toch kwam ze hem bekend voor. De vrouw reikte opzij naar een kastje en haalde er een fles whisky en twee glazen uit.
“Ik heb begrepen dat je hiervan houdt,” zei ze toen ze de glazen vulde. Voor het eerst in hun nog jonge ontmoeting was er de zweem van een glimlach om haar mond.

“Proost, Axel Berglund. Mijn naam is Afia. En ik geloof dat ik wel begrijp waarom mijn moeder voor je viel.”


wordt hier vervolgd